Beleggingsavonturen in opkomende markten

Focus op langetermijnfundamentals, niet op angst

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels, Vereenvoudigd Chinees, Frans, Duits, Italiaans, Spaans, Pools

Toen de volatiliteit in september en oktober toenam, kregen de wereldwijde aandelenmarkten het weer moeilijk te verduren. Veel beleggers maakten zich zorgen, onder andere over het vooruitzicht van een hogere rente in de Verenigde Staten, deflatie in de eurozone, angst over de verspreiding van het ebolavirus, ISIS in het Midden-Oosten, de groei van de wereldeconomie in het algemeen, en de groei in China in het bijzonder. Er waren ook enkele landspecifieke problemen. Dit zijn tijden waar doemdenkers van zich laten horen, wat beleggers alleen nog maar banger maakt. Toch wil ik er beleggers op wijzen dat deze perioden van volatiele markten geen nieuw of onverwacht fenomeen zijn.

Wellicht een goed moment om de rol van beleggerspsychologie op de markten te onderzoeken. Uit aanwijzingen uit de behavioral finance blijkt dat veel beleggers, misschien wel de meeste, zich in hun beleggingsbeslissingen vaak laten leiden door gevoelens, modegrillen en andere psychologische vooroordelen, en niet door fundamentals. Beleggers, zelfs deskundigen, nemen vaak verkeerde, irrationele financiële beslissingen.

Ik kan niet voorspellen wanneer deze huidige vlaag van marktvolatiliteit zal aflopen, maar op basis van tientallen jaren ervaring op de markten, kan ik wel zeggen dat zij niet eeuwig zal blijven duren. En voor gewiekste beleggers, die weten waar ze moeten kijken, zijn er wellicht kansen te rapen.

Behavioral finance tegenover de traditionele financiële theorie 

Op basis van efficiënte markthypothesen gaan de traditionele financiële theorieën ervan uit dat beleggers rationeel zijn, risicoavers, en gediversifieerde, optimale portefeuilles houden. Ze veronderstellen hoe beleggers ‘zouden moeten’ handelen op basis van wiskundige modellen en theorieën. Maar in de praktijk werkt het meestal anders.

Behavioral finance is daarentegen gebaseerd op inzichten in de manier waarop mensen in werkelijkheid in de praktijk financiële beslissingen nemen. Behavioral finance suggereert dat cognitieve fouten en emotionele vooroordelen een – vaak nadelige – invloed kunnen hebben op financiële beslissingen. Cognitieve fouten zijn gebaseerd op een verkeerde redenering (belief perseverance, mensen blijven vasthouden aan hun oorspronkelijke overtuiging), of zijn te wijten aan geheugenfouten (fouten op het gebied van informatieverwerking). Emotionele voorkeuren vinden hun oorsprong in een redenering die wordt beïnvloed door gevoelens of emoties, en niet door fundamentele feiten.

Behavioral finance stelt de veronderstellingen van de traditionele financiële theorie in vraag, en stelt dat veel beleggers geen rationele beslissingen nemen. Beleggers zijn doorgaans verliesavers, en omdat ze zich soms door angst laten leiden, houden ze niet noodzakelijk optimale portefeuilles.

Behavioral finance stelt dat mensen:

  1. niet risicoavers zijn, maar eerder ‘verliesavers’;
  2. niet helemaal rationeel te werk gaan als ze financiële beslissingen nemen;
  3. ‘activascheiding’ hanteren, d.w.z. ze analyseren beleggingen vaak individueel en niet als een portefeuille.

Volgens mij heeft iemand met een inzicht in zowel de traditionele financiële theorie als in behavioral finance een betere kans om zijn financiële doelen te verwezenlijken.

Behavioral Biases 1

Behavioral Biases 2

Wij richten ons op fundamentals, niet op angst

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft zijn vooruitzichten voor de wereldwijde groei voor 2014 onlangs verlaagd naar 3,3%, 0,4% onder de gepubliceerde vooruitzichten in april 2014, en onder de niveaus van wereldwijde groei die in 2010 en 2011 konden worden waargenomen, toen de internationale economieën zich herstelden van de wereldwijde financiële crisis.[1]

Het is belangrijk om te onthouden dat dit slechts één prognose is, en ook dat niet alle opkomende markten hetzelfde zijn. In bepaalde gevallen heeft het IMF de groeivooruitzichten juist verhoogd. Zo werden de groeivooruitzichten voor de opkomende en ontwikkelingslanden in Europa in 2014 verhoogd tot 2,7%, 0,4% hoger dan de prognose van april.[2] Meer specifiek voorspelde het IMF voor de regio dat de groei in Hongarije en Polen in 2014 respectievelijk 2,8% en 3,2% zou bereiken. De toenemende investeringen en de dalende werkloosheid in Polen en de aanzienlijke monetaire versoepeling en hogere overheidsuitgaven in Hongarije vormden het uitgangspunt voor deze meer optimistische vooruitzichten. In de opkomende landen van Azië en in Afrika ten zuiden van de Sahara werd een groei verwacht van respectievelijk 6,5% en 5,4%, voor beide regio’s globaal genomen nog steeds een solide resultaat.[3] Mensen vrezen dat de verspreiding van het ebolavirus de groei in bepaalde getroffen Afrikaanse landen in de toekomst kan beïnvloeden, en dat zullen we zeker in de gaten houden.

Ook was men bang dat de verwachte renteverhoging in de Verenigde Staten het komende jaar zou leiden tot een volatielere omgeving voor aandelen van opkomende markten, maar niet alle markten – en niet alle bedrijven – zullen op dezelfde manier worden getroffen. Mexico profiteert bijvoorbeeld naast de interne hervormingsinspanningen van de verbeterende Amerikaanse economie. In het algemeen zouden opkomende markten die zich hebben voorbereid op hogere Amerikaanse rentevoeten, de overgang volgens ons goed moeten doorstaan. Daarnaast blijven de eurozone en Japan een soepel monetair beleid nastreven, waardoor ze de markt mogelijk liquiditeit verschaffen.

En hoewel het tempo van de groei in China is vertraagd, wordt nog steeds verwacht dat de economie dit jaar meer dan 7% zal groeien![4] In China, waar de economie evolueert naar een groeimodel dat veeleer gebaseerd is op de binnenlandse consumptie, zou de overgang naar een duurzame groei van hogere kwaliteit de economie ook kunnen helpen om de relatief hogere groei in de toekomst te ondersteunen.

India lijkt inmiddels te herleven, met voor het kwartaal afgesloten per 30 juni een bbp-groei van een solide 5,7%.[5] Het optimisme over de pas verkozen premier Narendra Modi is niet alleen merkbaar op de aandelenmarkt, maar ook in de recent sterke Indiase roepie.

Wij menen dat een groeiende Amerikaanse economie, aanzienlijke monetaire versoepeling in Europa en Japan, en versterkende binnenlandse factoren in bepaalde opkomende markten in de toekomst voor beleggers een interessante kans kunnen betekenen. Wij zijn nog steeds van oordeel dat trends in opkomende markten op langere termijn, zoals hervormingen die gunstig zijn voor beleggers in een aantal landen zoals China, India, Zuid-Korea en Mexico, initiatieven om handelsbelemmeringen terug te schroeven, een toename van de technologische expertise binnen de economieën van opkomende markten en de snelle groei van het aantal middenklassenconsumenten en hun koopkracht, in veel opkomende markten de basis vormen voor een duurzame economische groei en hogere bedrijfswinsten. In de tussentijd blijven we in opkomende markten afzonderlijke bedrijven identificeren die volgens ons tegen een relatief aantrekkelijke waardering worden verhandeld.

Bovendien is het belangrijk om te onthouden dat opkomende markten inmiddels een groot deel van de wereldwijde economische activiteit en de kapitalisatie van de aandelenmarkt vertegenwoordigen. Naar onze mening is een belegging in opkomende markten op lange termijn nog steeds interessant, ondanks enige zorgen op kortere termijn. Drie thema’s blijven belangrijk: De economische groei van de opkomende markten ligt doorgaans nog steeds opmerkelijk hoger dan die van de ontwikkelde markten; de opkomende markten beschikken doorgaans over aanzienlijk grotere buitenlandse reserves dan de ontwikkelde markten; en de verhouding schuld/bbp van de opkomende markten oogt meestal veel gunstiger dan die van de ontwikkelde markten. Dat zijn de fundamentele feiten waar wij naar op zoek zijn, ofschoon we begrijpen dat angst op de markt altijd een rol zal blijven spelen.

Bekijk onze video ‘Behavioral Finance for Everyday Investors’ voor meer informatie over het concept van het beschikbaarheidseffect:

http://youtu.be/HQip4i_kGPQ

De verklaringen, meningen en analyses van dr. Mobius weerspiegelen zijn persoonlijke opvattingen en zijn louter bestemd voor informatieve doeleinden en voor het brede publiek, zij mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of een aanbeveling of verzoek om welke effecten dan ook te kopen, te verkopen of te houden of om welke beleggingsstrategie dan ook te gebruiken. Ze vormen geen wettelijk of fiscaal advies. De informatie in dit document wordt verstrekt per de publicatiedatum en kan zonder kennisgeving veranderen en ze is niet bedoeld als een volledige analyse van elk belangrijk feit over een land, regio, markt of belegging.

Er kunnen bij de opstelling van dit materiaal gegevens van externe bronnen zijn gebruikt die niet door Franklin Templeton Investments (“FTI”) onafhankelijk zijn gecontroleerd of bevestigd. FTI aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor enig verlies dat voortvloeit uit het gebruik van deze informatie, en het vertrouwen op de verklaringen, meningen en analyses in dit document valt uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Producten, diensten en informatie zijn mogelijk niet in alle rechtsgebieden beschikbaar en worden alleen aangeboden door FTI-partners en/of hun distributeurs voor zover dat door de lokale wetten en regelgeving wordt toegestaan. Gelieve uw eigen professioneel adviseur te raadplegen voor meer informatie over de beschikbaarheid van producten en diensten in uw rechtsgebied.

Wat zijn de risico’s?

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. Beleggingen in buitenlandse effecten houden speciale risico’s in, zoals wisselkoersschommelingen en economische en politieke onzekerheid. Beleggingen in landen met een opkomende markt, waar frontiermarkten een subset van vormen, gaan gepaard met grotere risico’s die verband houden met dezelfde factoren, boven op de risico’s die verbonden zijn aan hun relatief geringe omvang, de lagere liquiditeit en het gebrek aan een gevestigd wettelijk, politiek, zakelijk en sociaal kader om effectenmarkten te ondersteunen. Omdat deze kaders doorgaans nog minder ontwikkeld zijn op de frontiermarkten, en gelet op diverse factoren zoals het hogere risico van extreme koersvolatiliteit, illiquiditeit, handelsbarrières en deviezencontroles, gelden de risico’s van de opkomende markten nog sterker voor frontiermarkten.


[1]Bron: IMF World Economic Outlook, oktober 2014. © Internationaal Monetair Fonds. Alle rechten voorbehouden.

[2]Ibid.

[3]Ibid.

[4]Ibid.

[5]Bron: Centraal bureau voor statistiek, Indiase overheid.

Leave a reply

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een* Verplichte velden zijn gemarkeerd met *