Beleggingsavonturen in opkomende markten

Olie en opkomende markten: Een tweesnijdend zwaard

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels, Vereenvoudigd Chinees, Frans, Duits, Italiaans, Spaans, Pools

De olieprijs stortte dit jaar in elkaar als gevolg van de volatiliteit op de meeste markten en een tijdelijke onbalans tussen vraag en aanbod. Met een lange termijn vooruitzicht van wereldwijde groei, vooral in opkomende en frontiermarkteconomieën, verwachten we dat de olieprijzen waarschijnlijk niet te lijden zullen hebben van een langdurige lage prijs. Zoals wij het beschouwen, zal de vraag naar grondstoffen in het algemeen, niet alleen olie, maar ook ijzererts, koper, nikkel en agrarische producten, waarschijnlijk op lange termijn toenemen met een stijgende wereldwijde groei. We denken, dat de snelheid van de recente olieprijsdaling grotendeels gebaseerd is op speculatie en korte termijnhandel. Naar onze mening zal de olieprijs in 2015 of 2016 waarschijnlijk opleven.

De afgelopen twee maanden heeft de ruwe olieprijs haar grootste prijsdaling gezien sinds de wereldwijde financiële crisis van 2007-2009 met een aantal genoemde redenen, waaronder afnemende groei van de belangrijkste economieën en een toegenomen uitvoer vanuit de Verenigde Staten in de afgelopen paar jaar, hetgeen niet is gecompenseerd door een afgenomen productie bij andere belangrijke olieproducenten.

Uiteraard zal een overaanbod, indien zich dat voortzet, de prijs beïnvloeden: dat is gewoon een kwestie van basiseconomie. Wanneer we echter kijken naar een patroon van de vraag op lange termijn, zien we een algemene opwaartse trend, niet neerwaarts, en we zien hoe opkomende economieën deze groei aanjagen.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is een forum dat samenwerking faciliteert tussen de overheden van 34 lid-democratieën met markteconomieën ter bevordering van economische groei, welvaart en duurzame ontwikkeling. De meeste opkomende en frontiermarkten zijn niet-OESO-leden, inclusief China en India. De grafiek hieronder laat zien hoe niet-OESO-landen de OESO-landen al hebben ingehaald in termen van ruwe olieconsumptie en het gat zal de komende jaren waarschijnlijk toenemen.

1214_Mobius_Oil_Dut3

China: Groeien of vertragen?

De vertraagde groei in China wordt genoemd als reden voor de daling van de olieprijzen, maar wij kijken enigszins anders dan vele anderen naar de situatie. Zeker, de groei van het bruto binnenlands product (bbp) staat niet meer in de dubbele cijfers, zoals voorheen, en dat was te verwachten omdat China’s economie groeiende is en nu een hogere standaard heeft. Ik geloof niet dat de groei in China een probleem is. Toen China in 2010 met ongeveer 10% groeide, werd USD 844 miljard aan de economie toegevoegd. In 2013 is de groei vertraagd tot net onder 8%, maar meer dan USD 900 miljard werd aan de economie toegevoegd. Dus jazeker, de bbp-groei is procentueel gezien kleiner, maar je moet kijken naar de algemene economische impact, de cijfers in Amerikaanse dollars

Bovendien vinden veel mensen dat China geen extra infrastructuur meer nodig heeft. Maar vanuit mijn persoonlijke ervaring, door te reizen door het land in overvolle treinen en op druk gevulde wegen, is het keihard nodig! Verstedelijking is nog steeds gaande. Er is nog veel te doen in China en er zullen nog steeds natuurlijke grondstoffen nodig zijn om dat te doen.

1214_Mobius_Oil_Dut

 

1214_Mobius_Oil_Dut2

Invloed van lagere olieprijs op opkomende economieën

De meeste consumenten veren op bij lagere energieprijzen, maar kijkend naar de algemene invloed is een lagere olieprijs een zwaard dat snijdt langs twee kanten. Voor landen die zeer afhankelijk zijn van hun olie-export, kan een voortdurende lage olieprijs schadelijk zijn. De Nigeriaanse overheid is bijvoorbeeld voor een groot deel van haar begroting afhankelijk van olie. De olie- en gassector beslaat ongeveer 35% van het bbp en de petroleumexportinkomsten vertegenwoordigen meer dan 90% van de totale exportinkomsten.[1] Als deze inkomsten dalen, zullen de Nigeriaanse leiders lijden onder de vloek van een lagere olieprijs of iets moeten doen in de vorm van diversificatie en hervormingen om de economie te laten opleven. Rusland was één van de topexporteurs van de wereld, waarvan het bbp in 2009 te midden van de wereldwijde financiële crisis met 8% kelderde, omdat de olieprijs onder de USD 40 per vat dook. Rusland blijft ook vandaag zeer afhankelijk van energie-inkomsten en het land wordt waarschijnlijk zwaar getroffen als de prijzen niet snel genoeg stijgen. Gecombineerd met de Oekraïne-gerelateerde sancties zal in 2015 mogelijk een recessie aanbreken volgens Russische overheidsambtenaren. Naar onze mening lijkt ook het zeer van olie afhankelijke Venezuela bijzonder kwetsbaar. Saudi-Arabië lijkt beter bestand tegen de neerwaartse prijsdruk, omdat Saudi-Arabië enorme buitenlandse reserves en investeringen heeft, die het volgens ons mogelijk maken om te blijven uitgeven en te groeien, zelfs met lage olieprijzen. Aan de andere kant profiteren China en India, als netto importeurs, waarschijnlijk van de lagere olieprijzen.

Een deel van het toegenomen aanbod van olie komt van de toegenomen schalieproductie van de VS. Voor schalieproducenten wordt het minder winstgevend om olie te extraheren bij niveaus van onder de USD 60 per vat. Aangezien het niet winstgevend wordt, zal de productie waarschijnlijk stoppen, alhoewel het een aantal maanden kan duren voordat de velden verlaten zijn. Ondertussen neemt de vraag naar olie toe in de twee dichtstbevolkte landen ter wereld (China en India) vanwege meer auto’s, bussen en vrachtauto’s op de wegen. Bovendien wordt plastic en veel andere wijdverspreide producten uit olie gehaald. De kosten van het vinden en produceren van olie is over het algemeen niet naar beneden gegaan. Daarom verwachten we dat de olieprijs op de lange termijn zal herstellen.

Voor sommige opkomende landen die energie subsidieerden, zien we een potentiële positieve keerzijde van de lagere olieprijs. Deze subsidies waren een zware last op de overheidsbudgetten en lagere marktprijzen maken het afschaffen van dergelijke subsidies minder pijnlijk voor consumenten uit die landen. Indonesië heeft enkele subsidies afgeschaft en we zien tekenen dat India en China ook in die richting bewegen. Een omgeving van lagere energieprijzen heeft sommige opkomende landen geholpen bij het invoeren van noodzakelijke hervormingen met minder pijnlijke effecten.

Juist nu denken we dat de grootste zorg uit investeringsoogpunt misschien wel de volatiliteit is, niet alleen wat betreft de olieprijs maar wat betreft de gerelateerde aandelen in de sector en de vermogensmarkten in het algemeen. We hebben een aantal ongelofelijke bewegingen gezien. We proberen de neerwaartse spiraal te gebruiken om kansen binnen onze portfolio’s te benutten, maar veel beleggers zien het niet meer en raken de weg kwijt. Wij zullen natuurlijk kijken naar die landen, sectoren en bedrijven, waarvan wij denken dat ze voordeel kunnen genieten van de lagere olieprijzen. We vermijden oliebedrijven nu echter niet compleet. Aangezien veel van zulke bedrijven gediversifieerd zijn, zullen ze misschien wel te lijden hebben onder hun onderzoeks- en productieactiviteiten, maar ze kunnen misschien wel profiteren van hun retail-activiteiten.

De verklaringen, meningen en analyses van Mark Mobius weerspiegelen zijn persoonlijke opvattingen en zijn louter bestemd voor informatieve doeleinden en voor het brede publiek, zij mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of een aanbeveling of verzoek om welke effecten dan ook te kopen, te verkopen of te houden of om welke beleggingsstrategie dan ook te gebruiken. Ze vormen geen wettelijk of fiscaal advies. De informatie in dit document wordt verstrekt op de publicatiedatum en kan zonder kennisgeving veranderen en ze is niet bedoeld als een volledige analyse van elk belangrijk feit over een land, regio, markt of belegging.

Er kunnen bij de opstelling van dit materiaal gegevens van externe bronnen zijn gebruikt die niet onafhankelijk door Franklin Templeton Investments (“FTI”) zijn gecontroleerd of bevestigd. FTI aanvaardt geen aansprakelijkheid voor verliezen die voortvloeien uit het gebruik van deze informatie, en de gebruiker dient zelf te bepalen in welke mate hij wil vertrouwen op deze verklaringen, meningen en analyses. Producten, diensten en informatie zijn mogelijk niet in alle rechtsgebieden beschikbaar en worden alleen door andere gelieerde ondernemingen van FTI en/of hun distributeurs aangeboden als dat door de lokale wet- en regelgeving wordt toegestaan. Gelieve uw eigen professioneel adviseur te raadplegen voor meer informatie over de beschikbaarheid van producten en diensten in uw rechtsgebied.

Wat zijn de risico’s?

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder mogelijk verlies van kapitaal. Beleggingen in buitenlandse effecten houden speciale risico’s in, zoals wisselkoersschommelingen en economische en politieke onzekerheid. Beleggingen in opkomende markten, waar frontiermarkten een subset van vormen, gaan gepaard met grotere risico’s die verband houden met dezelfde factoren, boven op de risico’s die verbonden zijn aan hun relatief geringe omvang, de lagere liquiditeit en het gebrek aan een gevestigd wettelijk, politiek, zakelijk en sociaal kader om effectenmarkten te ondersteunen. Omdat deze kaders doorgaans nog minder ontwikkeld zijn op de frontiermarkten, en gelet op diverse factoren zoals het hogere risico van extreme koersvolatiliteit, illiquiditeit, handelsbarrières en deviezencontroles, gelden de risico’s van de opkomende markten nog sterker voor frontiermarkten. Beleggingen in de energiesector gaan gepaard met specifieke risico’s, zoals een hogere gevoeligheid voor ongunstige economische en regulatorische ontwikkelingen in de sector.


[1] Bron: Organisatie van de Petroleumolie Exporterende Landen (OPEC), 2014.

Leave a reply

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een* Verplichte velden zijn gemarkeerd met *