Beleggingsavonturen in opkomende markten

De lichtende toekomst van Afrika

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels, Vereenvoudigd Chinees, Frans, Duits, Italiaans, Spaans, Pools

Dit jaar staan de opkomende en frontiermarkten in het middelpunt van de belangstelling op het World Economic Forum in het Zwitserse Davos, dat plaatsvindt tijdens de week van 19 januari. Een van de sessies, ‘Achieving Africa’s Growth Agenda’ (Afrika’s groeiagenda verwezenlijken) spreekt mij specifiek aan. Ons team gelooft nog steeds dat Afrika al bij al over een goed langetermijnpotentieel beschikt, ondanks diverse hinderpalen op kortere termijn, zoals de recente val van de aardolieprijzen die een negatieve impact kan hebben op landen die sterk afhankelijk zijn van aardolie-inkomsten.

Wij denken dat infrastructuurinvesteringen een sleutelfactor zullen zijn voor de economische ontwikkeling in Afrika en dat, van alle aspecten van de infrastructuur, de levering van elektrische stroom een van de belangrijkste is. De cijfers over het stroomtekort, vooral in sub-Sahara Afrika, spreken boekdelen. DeAmerikaanse Energy Information Administration stelt dat in 2011 heel sub-Sahara Afrika slechts over 78 gigawatt aan geïnstalleerde opwekkingscapaciteit beschikte, waarvan 44 gigawatt in Zuid-Afrika. Ter vergelijking, in de Verenigde Staten alleen al is er een geïnstalleerde capaciteit van 1053 gigawatt. Met andere woorden, heel Afrika heeft slechts 7% van het elektriciteitsvermogen van de Verenigde Staten. De Europese landen Zweden en Polen bezitten elk evenveel opwekkingscapaciteit als heel Afrika ten zuiden van de Sahara en zonder Zuid-Afrika.[1] Bovendien ligt de werkelijke productiecapaciteit voor sub-Sahara Afrika waarschijnlijk nog een stuk lager dan deze theoretische hoeveelheid, gelet op het ontoereikende onderhoud, de verouderde apparatuur en de brandstoftekorten. Er komt waarschijnlijk ook minder stroom bij de eindgebruikers terecht dan wat er geproduceerd wordt, als gevolg van beschadigde stroomkabels, technische transmissieverliezen en simpelweg diefstal van elektrische stroom.

Per hoofd van de bevolking verbruikt een Amerikaans burger gemiddeld 12.461 kilowattuur elektriciteit per jaar – een burger van Ethiopië 52. GemiddeldG heeft slechts 30% van de burgers in sub-Sahara Afrika toegang tot elektriciteit[2], en waar er dan wel elektriciteit aanwezig is, kan die sporadisch zijn, met frequente stroomonderbrekingen en ‘brown-outs’. Een van mijn reizen in Nigeria werd ‘opgevrolijkt’ door een stroomonderbreking die ons vastzette in de lift van een van de meest prestigieuze hotels van Lagos. In fabrieken en ziekenhuizen is zo’n onderbreking echter meer dan lastig.

Maar waar de uitgaging van Afrika’s elektriciteitstekort zonder meer als monumentaal kan worden bestempeld, zijn de huidige inspanningen om het probleem aan te pakken al even grootschalig. Veel van de belangrijkste projecten draaien rond het aanboren van het potentieel van de grote stromen van Afrika. Chinese bedrijven met ervaring die ze hebben opgedaan in het kader van de Chinese programma’s voor de bouw van stuwdammen en het opwekken van elektriciteit zijn nadrukkelijk aanwezig in veel van de plannen. De Ethiopische overheid heeft zich bijzonder actief betoond op dit gebied, met grote projecten op de meeste stromen die door het land lopen. Vooral het plan om de Blauwe Nijl in te dammen trekt de aandacht, het zou dan ook zo’n zes gigawatt aan elektriciteit kunnen genereren. Ook Oeganda, Mozambique en Ghana hebben grootse hydro-elektrische plannen op de tekentafel of in aanbouw. Het grootste daarvan is het Inga Falls Number Three project op de Congorivier in de Democratische Republiek Congo, dat aanvankelijk 4,8 gigawatt zou moeten opleveren, maar met de mogelijkheid om de capaciteit uiteindelijk op te drijven tot 40 gigawatt.[3]

Deze door China ondersteunde inspanningen voor de bouw van dammen en een aantal andere grote projecten, zoals het voorstel om kerncentrales in Zuid-Afrika en een grote steenkoolcentrale in Zimbabwe te bouwen, zouden een enorm verschil kunnen maken voor de Afrikaanse elektriciteitsproductie. Maar zoals we reeds zeiden, zal de distributie van de door deze megaprojecten geproduceerde stroom een heikel karwei zijn, gelet op de enorme omvang van het continent, de soms dun bezaaide bevolking, en het lage inkomen per hoofd van de bevolking, dat elektriciteitsdiefstal of zelfs de diefstal van het waardevolle koper in de elektriciteitskabels stimuleert. In een aantal gevallen vormt ook politieke instabiliteit een extra probleem. Deze reuzenprojecten zullen wellicht dan ook vooral een impact hebben als ‘captive’ stroomcentrales die uitsluitend stroom zullen leveren aan grootschalige mijnbouw- of industrieprojecten, of welgestelde stadsbuurten waar er voldoende veiligheid en welvaart is – en dus veel minder aan de bevolking in haar geheel. Er zijn ook heel wat vragen gesteld bij de aanzienlijke milieukosten, al moeten die volgens ons afgewogen worden tegen de voordelen die de projecten bieden.

Een door de Amerikaanse overheid gesponsord initiatief, Power Africa, is bedoeld om financiering en expertise te verstrekken en investeringsbanden te smeden tussen bedrijven en de Afrikaanse autoriteiten. Het wil zo stroomopwekkingsprojecten op kleinere schaal ontwikkelen, met een technologisch meer innovatieve inslag. Deze projecten zijn meer gericht op hernieuwbare energie die rijkelijk aanwezig is in Afrika, in de vorm van zonne-, wind- en geothermische energie. Zij houden echter ook rekening met het toenemende potentieel van aardgas, nu het aantal koolwaterstofvondsten in heel Afrika voortdurend toeneemt. Het Power Africa-initiatief loopt nu al een goed jaar en de extra financiering die is aangekondigd op de US-Africa Leaders Summit in augustus 2014 heeft het potentiële budget opgetrokken tot USD 26 miljard aan directe financiering en investeringsgaranties. Het jaarverslag van 2014 van het initiatief, dat werd opgesteld in de aanloop naar de Leaders Summit, meldt projecten in aanbouw voor 2,8 gigawatt aan elektriciteitsproductie, en lopende onderhandelingen voor nog eens vijf van de 10 beoogde gigawatt aan nieuwe capaciteit tegen 2020. De belangrijkste initiatieven omvatten windparken in Kenya en Tanzania, een project voor zonne-energie in Tanzania en een grote geothermische installatie in Ethiopië.

Zelfs kleinere projecten zouden onevenredig grote voordelen kunnen opleveren. Elektriciteitsproductie op kleine schaal is al een belangrijke factor in Afrika – anders zouden sommige cijfers, zoals de 82% Kenianen die een mobiele telefoon bezitten[4], terwijl in theorie slechts 20% van de bevolking toegang heeft tot elektriciteit, geen steek houden. Op dit moment is veel van deze standalone elektriciteitsproductie gebaseerd op benzine- of dieselgeneratoren die duur, vervuilend en niet zeer efficiënt zijn. Die situatie zou kunnen veranderen doordat de snel dalende prijzen van de zonneproductietechnologie en de ontwikkelingen inzake elektriciteitsopslag en kleinschalige distributie mogelijkheden bieden om kleinschalige, zelfstandige elektriciteitsnetwerken op te stellen voor verlichting en het opladen van telefoons. Een klassiek voorbeeld is Zimbabwe’s grootste operator voor mobiele telefonie, die een lader op zonne-energie heeft geïntroduceerd, naast een meer geavanceerde, via zonne-energie herlaadbare lamp met USB-aansluiting om ook telefoons op te laden. Sommige van de projecten van Power Africa zijn specifiek voor dit type van plaatselijk gerichte activiteit bedoeld.

Voor ons als beleggers vertegenwoordigen veel van deze ontwikkelingen aantrekkelijke potentiële kansen. De megaprojecten zullen het vooral moeten hebben van overheidsfinanciering, maar onderaannemers en leveranciers zouden aanzienlijk te winnen hebben bij deze projecten. De door Power Africa naar voren geschoven initiatieven zullen meestal worden ondersteund door Amerikaanse multinationals, maar vaak zullen er ook Afrikaanse partners bij betrokken zijn, en een belangrijk subthema is het overhalen van de Afrikaanse autoriteiten om de elektriciteitsproductie te privatiseren. Het streven van Nigeria om zijn zwak presterende staatselektriciteitsbedrijf op te splitsen, is daar een sprekend voorbeeld van. In het kader van de innovatiegerichte hervormingen zouden de grote hoeveelheden aardgas die vrijkomen bij de productie van de Nigeriaanse aardolievelden en die nu nog gewoon worden afgefakkeld, door veranderingen in de elektriciteitswetgeving kunnen worden benut door een plaatselijk bedrijf voor aardolie en gas om de gasinfrastructuur uit te bouwen en met stroomproducenten in zee te gaan. In de loop van de tijd zullen gasgestookte generatoren niet alleen betrouwbare elektriciteit leveren tegen concurrerende kosten, maar zal gas ook een belangrijke bijdragefactor worden voor de inkomsten van het aardoliebedrijf, een tot nu toe verwaarloosd element. Zelfs de micro-elektriciteitsregelingen zouden op langere termijn kansen kunnen bieden – ten slotte zijn zelfs de grootste blue-chip ondernemingen ooit klein begonnen.

Maar bovenal geloven wij dat de beschikbaarheid van een betrouwbare stroomvoorziening steun kan bieden voor een dynamische economische groei in heel Afrika, met hogere inkomens voor de bevolking en nieuwe markten voor consumentenactiviteiten. Nigeria is een prima voorbeeld van het potentieel van deze ontwikkelingen. Veel gezinnen met hogere inkomens in Nigeria besteden iedere maand honderden dollars aan benzinegeneratoren om hun ijskasten en airconditioning van stroom te voorzien. Als deze gezinnen toegang krijgen tot een betrouwbare en minder dure elektriciteit, zou dat een enorm bestedingspotentieel kunnen vrijmaken, dat naar spaarrekeningen, investeringen of consumptie zou kunnen gaan. Hetzelfde geldt voor het mkb, dat sterk afhankelijk is van de beschikbaarheid van een betrouwbare stroombron voor zijn dagelijkse activiteiten, wat volgens ons een gunstige invloed kan hebben op consumptiebedrijven en leveranciers van financiële diensten.

0115_AfricaEnergy_dut

De verklaringen, meningen en analyses van Mark Mobius in dit document vertegenwoordigen zijn persoonlijke standpunt. Zij zijn enkel bedoeld ter algemene informatie en mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of als een aanbeveling of verzoek om enig effect te kopen, te verkopen of te houden, of enige beleggingsstrategie te volgen. Zij vormen geen juridisch of fiscaal advies. De informatie in dit document geldt per de publicatiedatum en kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. Zij is niet bedoeld als een volledige analyse van elk belangrijk feit over een land, regio, markt of belegging.

Er kunnen bij de opstelling van dit document gegevens van externe bronnen zijn gebruikt die niet onafhankelijk zijn gecontroleerd of bevestigd door Franklin Templeton Investments (‘FTI’). FTI aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor enig geleden verlies als gevolg van het gebruik van deze informatie, en de gebruiker die zich verlaat op deze verklaringen, meningen en analyses doet dat louter op eigen risico. Producten, diensten en informatie zijn mogelijk niet in alle rechtsgebieden beschikbaar en worden door met FTI gelieerde ondernemingen en/of hun distributeurs alleen aangeboden als dat door de lokale wetten en regels wordt toegestaan. Gelieve uw eigen beleggingsadviseur te raadplegen voor nadere informatie over de beschikbaarheid van producten en diensten in uw rechtsgebied.

Wat zijn de risico’s?

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. Beleggingen in buitenlandse effecten houden speciale risico’s in, zoals wisselkoersschommelingen en economische en politieke onzekerheid. Beleggingen in landen met een opkomende markt, waar frontiermarkten een subset van vormen, gaan gepaard met grotere risico’s die verband houden met dezelfde factoren, boven op de risico’s die verbonden zijn aan hun relatief geringe omvang, de lagere liquiditeit en het gebrek aan een gevestigd wettelijk, politiek, zakelijk en sociaal kader om effectenmarkten te ondersteunen. Omdat deze kaders doorgaans nog minder ontwikkeld zijn op de frontiermarkten, en gelet op diverse factoren zoals het hogere risico van extreme koersvolatiliteit, illiquiditeit, handelsbarrières en deviezencontroles, gelden de risico’s van de opkomende markten nog sterker voor frontiermarkten.


[1] Bron: US Energy Information Administration International Energy Statistics, 2014.

[2] Bron: ©OECD/IEA, 2014, Africa Energy Outlook, A Focus on Energy Prospects in Sub-Saharan Africa, speciaal verslag van de World Energy Outlook, IEA Publishing. Licentie http://www.iea.org/t&c/termsandconditions/

[3] Bron: International Rivers.Org, Grand Inga Dam, DR Congo.

[4] Bron: Pew Research Global Attitudes Project – Pew Research Center, Washington, D.C.

Leave a reply

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een* Verplichte velden zijn gemarkeerd met *