Beleggingsavonturen in opkomende markten

Monetair beleid uitgespit

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels, Vereenvoudigd Chinees, Frans, Duits, Italiaans, Spaans, Pools

Dit jaar verwachten wij dat de verschillen in monetair beleid tussen de grote centrale banken van de wereld een belangrijk thema zullen blijven, dat de geldstromen zal aansturen. Voorlopig lijkt de versoepeling duidelijk de bovenhand te hebben: alleen al in de eerste maand van 2015 hebben 14 centrale banken versoepelingsmaatregelen aangekondigd, doorgaans in de vorm van renteverlagingen of activa-aankopen.[1] De centrale bank van Denemarken was de koploper in renteverlagingen, met dit jaar maar liefst vier verlagingen in een periode van drie weken, terwijl de Europese Centrale Bank (ECB) bekendmaakte dat zij haar programma voor kwantitatieve versoepeling zou opvoeren, in navolging van de Amerikaanse Federal Reserve (Fed) en de Bank of Japan.

0215_FTISS_MMBCHART4_0214_CentralBanks_dut

‘Versoepeling’ is echter niet exact de juiste beschrijving, het gaat meer om een verruiming dan een versoepeling. De eerste fase van de monetaire versoepeling van de Fed (QE1) ging eind 2008 van start als reactie op de subprimecrisis in de VS, in de vorm van een programma om overheidsschuld, op hypotheek gebaseerde effecten en andere activa te kopen, voornamelijk van banken die in moeilijkheden verkeerden door de waardedaling van deze activa. Oorspronkelijk werd het programma begroot op USD 600 miljard, maar het verhoopte economische herstel bleef uit en er kwam evenmin een einde aan de krediet schaarste. Daarom werd door de toenemende druk bij de beleidsmakers om voor de broodnodige economische stimulansen te zorgen in 2010 QE2 gelanceerd en twee jaar later QE3. In totaal werd meer dan USD 4 biljoen uitgegeven (wat in de buurt komt van de totale reserves aan buitenlandse valuta’s van China), ongeveer zes keer zo veel als oorspronkelijk gepland. Het resultaat was een verdrievoudiging van de balans van de Fed.

In mijn ogen is de belangrijkste vaststelling hierbij dat de Verenigde Staten niet alleen waren, ook andere landen voerden de afgelopen jaren een vergelijkbaar beleid. In het Verenigd Koninkrijk werd in 2009 een programma van £ 75 miljard (circa USD 120 miljard) gelanceerd, dat geleidelijk werd uitgebreid naar £ 375 miljard (ongeveer USD 600 miljard). De balans van de Bank of England is hierdoor verviervoudigd; de overheid gebruikte nieuw geld om eigen schulden terug te kopen. Door de aantrekkende economische conjunctuur in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wordt op deze markten nu echter meer gespeculeerd over het tijdschema van de afbouw en de eerste renteverhogingen.

Maar hoewel de versoepeling stilaan ten einde loopt in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, staat deze in andere landen nog maar aan het begin. In oktober 2014 voerde de Bank of Japan haar monetaire inspanningen op, met een uitbreiding van haar activa-aankopen tot ¥ 80 biljoen per jaar (USD 674 miljard). Het programma van de centrale bank van Japan, door sommigen een ‘kwantitatieve en kwalitatieve versoepeling’ (quantitative and qualitative easing, ‘QQE’) genoemd, is bedoeld om de deflatie te bestrijden en de economie los te werken uit een al jarenlang aanslepend stagnatiemoeras.

De eurozone kampt nog steeds met de gevolgen van de staatsschuldproblemen en een lange periode van zwakke groei, die nu ook gepaard gaan met deflatoire bijwerkingen. In januari besloot de ECB dan ook om een QE-oplossing zoals in de Verenigde Staten en Japan in te voeren en kondigde zij de aankoop aan van minimaal € 1 biljoen aan obligaties vanaf maart, waarbij de centrale bank benadrukte dat zij in de eerste plaats liquiditeit op de markten wilde injecteren.

Bij de opkomende markten zien wij ook wel beleidsverschillen, maar de algemene teneur lijkt toch versoepelingsgezind. Laten we even een blik werpen op een aantal recente beleidsmaatregelen en de redenen daarachter.

China (versoepeling)

Na de verrassende renteverlaging in november schroefde de People’s Bank of China (PBOC) op 4 februari de bankreservevereisten terug met 50 basispunten (0,50%), om de geldvoorraad met een geraamde 600 miljard yuan (USD 96 miljard) op te trekken. De PBOC kondigde ook een verlaging van de reservevereisten aan voor kleinere financiële instellingen die zich toeleggen op microbedrijven en landbouwleningen, naast een verlaging van 400 basispunten (4%) voor de Agricultural Development Bank of China (ADBC). De overheid hoopt met deze maatregelen de economie een boost te geven, gelet op een aantal tegenvallende indicatoren, zoals een belangrijke barometer van de maaksector, de Purchasing Manager Index (PMI), die in januari 2015 tot onder 50 punten zakte. De door de Chinese overheid gepubliceerde groei van het bruto binnenlands product (bbp) voor 2014 bedroeg 7,4% op jaarbasis, tegen een groei van 7,7% in 2013. Bij de Templeton Emerging Markets Group maken we ons niet al te veel zorgen over de vertragende groei in China, volgens ons is een groei van meer dan 7% voor een economie van deze omvang nog steeds prima. De PBOC is erop gefocust dat China een wereldwijde groeimotor blijft. Het zou ons dan ook niet verbazen als er dit jaar nog meer versoepelingsmaatregelen volgen.

India (versoepeling)

Ook India zit in het versoepelingskamp, ondanks de robuuste bbp-groei. Een herziening van de methodologie voor de berekening van de nationale statistieken, die de Indiase bbp-cijfers meer in lijn met de wereldwijde normen brengt, resulteerde in een aanzienlijke opwaartse bijsturing van de recentste bbp-cijfers van het land. Uit nieuwe door de Indiase overheid gepubliceerde data blijkt dat het bbp 6,9% groeide op jaarbasis tijdens het boekjaar dat werd afgesloten in maart 2014, tegen de eerder aangekondigde 4,7%. Ook de groei van boekjaar 2012-13 werd opwaarts herzien, van 4,5% naar 5,1%.

In januari verraste de Reserve Bank of India de markten met een renteverlaging van 25 basispunten (0,25%) die de basisrente op 7,75% bracht. Dankzij de afnemende inflatiedruk kon de Bank haar rentevoet verlagen in het kader van de inspanningen om de economische groei nog meer te stimuleren. Vervolgens werd op 3 februari de statutaire liquiditeitsvereiste (die aangeeft welk percentage van de direct opvraagbare deposito’s en verplichtingen de bank in kas moet houden als reserves) verlaagd tot 21,5%, om de banken ertoe aan te zetten meer leningen te verstrekken. Hoewel de Indiase consumptieprijzenindex tot 5,0% op jaarbasis steeg in december 2014, tegen een recordlaagte van 4,4% in november, ligt dit nog steeds aanzienlijk onder de 8,8% die in januari 2014 werd opgetekend, wat het versoepelingsbeleid meer manoeuvreerruimte biedt. De president van de Reserve Bank of India, Raghuram Rajan, stelde dat de lagere aardolieprijs de inflatiedreiging in het land heeft ontkracht en dat er nog meer renteverlagingen kunnen volgen.

Rusland (versoepeling)

De Russische Centrale Bank verlaagde onverwacht haar basisrente met 200 basispunten (2,0%) naar 15% in januari om de binnenlandse economie te ondersteunen. De centrale bank had haar rente eerder in december verhoogd van 10,5% naar 17%, in een poging om de roebel te stabiliseren en de inflatiedruk in te dijken. De inflatie bereikte in december haar hoogste peil in meer dan vijf jaar, vooral door de hogere voedselprijzen: de consumptieprijzenindex sprong omhoog tot 11,4% op jaarbasis, tegen 9,1% in november. De afgelopen maanden kondigde de overheid een serie maatregelen af voor een bedrag van minstens USD 35 miljard om de economische crisis in het land aan te pakken. De maatregelen omvatten een herkapitalisatie van USD 15,7 miljard van het bankensysteem en een kapitaalinjectie van USD 4,7 miljard in de staatsontwikkelingsbank, die op die manier meer leningen kan verstrekken om de binnenlandse economie te ondersteunen. Rusland heeft duidelijk nog af te rekenen met een hele reeks problemen die niet louter via het monetaire beleid kunnen worden opgelost. In januari verlaagde het internationale ratingbureau Standard & Poor’s de staatskredietrating van het land van BBB- naar BB+, dus onder beleggingskwaliteit, waarbij het verwees naar de aftakelende activakwaliteit in het financiële systeem als gevolg van de zwakkere roebel, de beperkte toegang tot de internationale kapitaalmarkten door de sancties en de waarschijnlijkheid van een economische recessie in 2015.

Turkije (versoepeling)

De centrale bank van Turkije verlaagde haar basisrentevoet met 50 basispunten (0,5%) naar 7,75% in januari, door de afnemende inflatiedruk dankzij de daling van de aardolieprijs. De consumptieprijzenindex zakte in december naar 8,2% op jaarbasis, tegen 9,2% in november. Turkije heeft zowel mee- als tegenvallers. Het overheidstekort van de centrale overheid nam meer dan 20% toe op jaarbasis, goed voor USD 9,9 miljard in 2014, maar volgens het Turkse ministerie van Economie bedroeg het tekort op de lopende rekening in 2014 USD 45,8 miljard, aanzienlijk onder de USD 64,7 miljard van 2013.

Brazilië (verstrakking)

Brazilië zou waarschijnlijk maar wat graag zijn problemen ruilen voor de deflatiedruk die Japan en de ECB in hun greep houdt: de consumptieprijzenindex van Brazilië steeg 6,4% in 2014, het snelste tempo sinds 2011 en duidelijk boven het streefcijfer van de centrale bank. Een belangrijke oorzaak daarvan was de waardedaling van de Braziliaanse real, die in 2014 11% verloor tegenover de Amerikaanse dollar.[2] Ondanks de trage economische groei in Brazilië zag de centrale bank zich op 21 januari door de inflatieproblemen verplicht om haar basisrente met 50 basispunten (0,5%) op te trekken naar 12,25% (de derde verhoging op rij), het hoogste peil sinds augustus 2011. Het vertrouwen van de Braziliaanse consumenten bereikte door de problematische combinatie van stijgende prijzen en een zwakke arbeidsmarkt onlangs zijn laagste niveau sinds 2005. Het primair saldo van de Braziliaanse overheidssector werd in 2014 voor het eerst in meer dan tien jaar negatief. De lagere belastinginkomsten en de hogere overheidsuitgaven in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van oktober mondden uit in een tekort van USD 13,8 miljard, 0,6% van het bbp. Om de crisis van het overheidstekort te bezweren, kondigde minister van Financiën Joaquim Levy een serie maatregelen aan, zoals een verhoging van de brandstofbelasting en het einde van de fiscale kortingen voor auto’s.

Welke beleggingsgevolgen heeft dit alles nu?

De verspoepelingsprogramma’s van de grote centrale banken van de wereld hebben de economische groei waarschijnlijk wel aangezwengeld, maar zij hebben het ook mogelijk gemaakt dat sommige banken moeilijke beslissingen over hun dubieuze beleggingen konden uitstellen. Intussen is veel van het geld dat bedoeld was om door te stromen naar de markt op de balansen van de banken blijven staan, tot grote frustratie van de centrale bankiers, die wilden dat de banken de kredietkraan weer zouden opendraaien om de economie meer zuurstof te geven.

De lage rentevoeten op veel markten van de wereld vormen een nadeel voor de depositospaarders en gepensioneerden, terwijl de aandelenbeleggers er doorgaans wel de vruchten van plukken. Veel spaarders die nu nog tegen een lage rente aankijken, zouden in de toekomst wel eens met de gevolgen van al deze versoepelingsingrepen kunnen worden geconfronteerd: hoge inflatie en zeepbellen. De recente daling van de aardolieprijzen heeft een en ander verzacht, maar wij denken niet dat de aardolie nog lange tijd op dit lage peil zal blijven. Bovendien wordt gevreesd dat er een ‘valutaoorlog’ kan uitbreken door al deze versoepelingsmanoeuvres, nu de landen proberen hun munt lager te krijgen om de exportgroei te stimuleren.

De recente versoepelingsmaatregelen van Japan, de ECB, China, India en andere centrale banken zouden voorlopig de gevolgen van mogelijke renteverhogingen later dit jaar door de Fed en wellicht anderen moeten opvangen. Wij denken dat de versoepelingsinspanningen van de centrale banken liquiditeit in de markten zullen blijven pompen, wat de instroom naar de aandelen zou moeten ondersteunen, gelet op de zoektocht van de beleggers naar opbrengst. Wij blijven echter wel op onze hoede voor de mogelijke gevolgen op langere termijn.

De verklaringen, meningen en analyses van Mark Mobius zijn louter bedoeld ter informatie, zij mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of een aanbeveling om te beleggen in welke effecten dan ook of om welke beleggingsstrategie dan ook te gebruiken. Omdat markt- en economische omstandigheden snel kunnen veranderen, betreffen de opmerkingen, opinies en analyses de datum van dit document en kunnen zij zonder voorafgaand bericht veranderen. Dit document is niet bedoeld als een volledige analyse van alle wezenlijke feiten betreffende een land, regio, markt, sector, belegging of strategie.

Belangrijke wettelijke informatie

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. Beleggingen in buitenlandse effecten houden speciale risico’s in, zoals wisselkoersschommelingen, economische instabiliteit en politieke ontwikkelingen. Beleggingen in landen met een opkomende markt, waar grensmarkten een subset van vormen, gaan gepaard met grotere risico’s die verband houden met dezelfde factoren, boven op de risico’s die verbonden zijn aan hun relatief geringe omvang, de lagere liquiditeit en het gebrek aan een gevestigd wettelijk, politiek, zakelijk en sociaal kader om effectenmarkten te ondersteunen. Omdat deze kaders doorgaans nog minder ontwikkeld zijn op de frontiermarkten, en gelet op diverse factoren zoals het hogere risico van extreme koersvolatiliteit, illiquiditeit, handelsbarrières en deviezencontroles, gelden de risico’s van de opkomende markten nog sterker voor frontiermarkten. Aandelenkoersen vertonen soms snelle en scherpe schommelingen als gevolg van factoren die een invloed hebben op individuele bedrijven, specifieke sectoren of bedrijfstakken, of op de algemene marktomstandigheden.


[1] Bron: Thompson Reuters.

[2] Bron: Bloomberg.

Leave a reply

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een* Verplichte velden zijn gemarkeerd met *