Beleggingsavonturen in opkomende markten

Beleggerssentiment in verschillende delen van de wereld

Dit artikel is ook beschikbaar in: Engels, Vereenvoudigd Chinees, Frans, Duits, Italiaans, Spaans, Pools

De Global Investor Sentiment Survey (GISS) 2015 van Franklin Templeton[1] leverde interessante inzichten op over de overtuigingen, misvattingen en vooroordelen van beleggers, en ook enkele verrassingen. Het onderzoek werd dit jaar uitgevoerd onder beleggers uit 23 ontwikkelde en opkomende markten. Sinds de invoering van de jaarlijkse enquête in 2011, gaven de beleggers over de hele wereld over het algemeen blijk van veerkracht en optimisme, maar in bepaalde markten meer dan in andere.

Een bemoedigende trend van de laatste vijf jaar waarin de GISS-enquête werd afgenomen, is de toenemende erkenning van de waarde van een wereldwijde beleggingsaanpak. In de enquête van dit jaar blijkt dat beleggers uit opkomende markten en die tussen 25 en 34 jaar (de millenniumgeneratie) uit zowel de ontwikkelde markten als de opkomende markten de grootste interesse hebben in buitenlandse beleggingen. En bijna zeven van de 10 ondervraagde beleggers verwachtten dat de beste aandelenrendementen dit jaar in het buitenland te vinden zouden zijn. Wereldwijde diversificatie is in mijn ogen belangrijk omdat het moeilijk te voorspellen is welke markten van jaar tot jaar uiteindelijk de beste – of slechtste – resultaten zullen neerzetten.

Welke beleggers zijn optimistisch en waar vinden we de meeste pessimistische beleggers? 

Op het Amerikaanse continent was de meerderheid van de beleggers in de Verenigde Staten en Canada optimistisch over hun plaatselijke aandelenmarkten. In totaal verwachtte 64% van de respondenten in deze twee landen dat hun respectieve aandelenmarkten dit jaar zouden stijgen. De beleggers in Latijns-Amerika (Mexico inbegrepen) waren daarentegen overwegend pessimistisch gestemd: slechts 46% verwachtte een stijging van hun lokale aandelenmarkt voor dit jaar.

Deze enquête weerspiegelt daarmee de sombere stemming van veel mensen in Brazilië, waar de economie het de laatste tijd moeilijk heeft gehad. Van alle landen was de neerwaartse sentimentsverandering dan ook het grootst in Brazilië: het optimisme onder de Braziliaanse beleggers is met 19% gedaald tegenover het onderzoek van 2014.

In Azië (met inbegrip van Australië) verwachtte iets meer dan de helft (56%) van alle ondervraagde beleggers dat hun plaatselijke aandelenmarkt zou stijgen. De beleggers uit China toonden een van de grootste positieve sentimentsverschuivingen tegenover vorig jaar: het beleggersoptimisme noteerde er een sprong voorwaarts van 12%.

Sommige beleggers (vooral in het Westen) hebben zich zorgen gemaakt over een vertraging van de Chinese groei en hebben misschien niet evenveel vertrouwen in de marktvooruitzichten voor China als de beleggers die er wonen. Wij blijven echter optimistisch over China als blijvende kracht achter de groei van de wereldeconomie en als beleggingsbestemming. Het is belangrijk daarbij in het achterhoofd te houden dat het groeicijfer van 10,4% dat China in 2010 behaalde een bijdrage aan de economie van circa US$600 miljard opleverde. In 2013, toen het bruto binnenlands product (bbp) met 7,7% steeg, werd er meer dan US$900 miljard aan de Chinese economie toegevoegd.[2] In dollartermen blijft de economische output dus stijgen, ook al vertraagt de groei van het bbp. Bovendien zien wij nog steeds veel ruimte voor infrastructuurontwikkeling in China, aangezien de lonen van gemigreerde arbeiders zijn gestegen en de migratie naar de steden voortduurt.

 

Slide1

Veel waarnemers verwachten dat de economische hervormingen in China die zijn aangekondigd op de derde plenaire vergadering van de Communistische Partij een zeer belangrijke algemene impact op de opkomende markten zullen hebben. Deze hervormingen omvatten belangrijke initiatieven voor deregulering en liberalisering, die mogelijkheden openen voor de private sector om belangen te nemen in de industriële en financiële sector en meer vrijheid bieden voor investeringen van buitenlandse bedrijven. Wij waren als beleggers in China vooral enthousiast over het ontwerp van een geliberaliseerde wetgeving voor buitenlandse investeringen. Door deze wet zouden buitenlandse investeerders niet langer de goedkeuring van de overheid nodig hebben voor elke afzonderlijke joint venture en ze de mogelijkheid krijgen om te investeren in sectoren die voordien niet toegankelijk waren conform de Chinese wetgeving.

In de Global Investor Sentiment Survey van vorig jaar was India van alle landen het land met de meest optimistische beleggers over de vooruitzichten voor hun lokale markt. Die enquête was afgenomen voor de overwinning van de huidige eerste minister Narendra Modi. Bij mensen heerste toen wellicht een hernieuwd gevoel van hoop voor de toekomst, en de aandelenmarkt van India boekte uiteindelijk ook een van de beste resultaten van 2014, met een stijging van bijna 30%.[3]  In het onderzoek van dit jaar blijven de Indiase respondenten de meest optimistische beleggers: 86% verwacht dat hun plaatselijke markt gaat stijgen en 97% is optimistisch tot zeer optimistisch over de vooruitzichten om hun financiële doelstellingen waar te maken.

Wij willen zeker geen overhaaste conclusies trekken over mogelijke marktresultaten op basis van het beleggerssentiment – of op basis van welke indicator dan ook – maar dit doet me denken aan een legendarische uitspraak van wijlen Sir John Templeton:  “Bullmarkten worden geboren uit pessimisme, groeien op onder scepticisme en sterven in volle euforie.” Ik zie redenen tot optimisme voor beleggers in opkomende markten, ook in Brazilië.  Maar het zou ons ook niet verbazen als er in landen die het voorbije jaar sterk zijn gestegen, zoals India en China, op korte termijn marktcorrecties zouden plaatsvinden.

Enkele belangrijke verschillen die blijken uit de resultaten van de GISS-enquête:

  • Beleggers die in opkomende markten wonen, maken zich meer dan twee keer zo veel zorgen over de inflatie, en bijna twee keer zo veel over rentestijgingen en de gevolgen van dalende olieprijzen, als beleggers uit ontwikkelde markten.
  • Omgekeerd tonen beleggers uit ontwikkelde markten zich bijna twee keer zo bezorgd over de begrotingssituatie in de eurozone.
  • Ondanks hun respectieve punten van bezorgdheid blijven beleggers uit opkomende markten in het algemeen optimistischer over het bereiken van hun doelstellingen op lange termijn dan beleggers die in ontwikkelde markten wonen.

Blik op de lange termijn: Opkomend Azië

Een ander interessant resultaat van het onderzoek is dat, wanneer beleggers gevraagd werd waar volgens hen de beste aandelenmogelijkheden te vinden waren voor dit jaar, zij Azië (India inbegrepen) even hoog rangschikten als de Verenigde Staten en Canada, maar dat op langere termijn, dit wil zeggen de volgende 10 jaar, Azië alle markten achter zich laat.

Wij zijn het ermee eens dat vooral de opkomende markten in Azië veel potentieel op lange termijn lijken te hebben. De groeiverwachting van het bbp van de opkomende markten in Azië voor 2015 wordt op 6,6% geschat, tegenover 4,3% voor alle opkomende en ontwikkelende economieën samen en 2,4% voor de ontwikkelde markten.[4] Een van de drijvende krachten achter dit grotere groeipotentieel is de gunstige demografische ontwikkeling in de opkomende markten van Azië. In vergelijking met de ontwikkelde naties van de Verenigde Staten en Japan is een groter deel van de bevolking van de opkomende markten in Azië jonger dan 40 jaar. Zij hebben dan ook een jongere bevolking met een lager afhankelijkheidspercentage (een maatstaf van de verhouding van de afhankelijke bevolkingsgroepen – 15 jaar en jonger of 64 jaar en ouder – tot de beroepsbevolking).[5] Deze dynamiek blijkt duidelijk uit de onderstaande bevolkingspiramide.

 

Slide0

Tot slot denk ik dat we in dit tijdperk van onmiddellijk succes niet voldoende het belang van beleggen op lange termijn kunnen benadrukken, vooral in de opkomende markten. Toen beleggers over de hele wereld werd gevraagd welke termijn volgens hen het succes van een belegging zou bepalen, antwoordde 59% binnen twee jaar, terwijl 32% van de GISS-respondenten zei binnen een tot twee jaar resultaat te verwachten. Nog verontrustender was dat 21% aangaf een termijn van zes tot elf maanden voor ogen te hebben. Volgens mij is het geen goed idee om in aandelen te beleggen om doelstellingen op korte termijn na te streven of snel winst te maken. Bij de Templeton Emerging Markets Group beleggen wij voor een beleggingshorizon van vijf jaar. Het duurt soms even voor je beleggingstheses werkelijkheid worden, en in dat geval moet je geduldig blijven!

De verklaringen, meningen en analyses van Mark Mobius weerspiegelen zijn persoonlijke opvattingen en zijn louter bestemd voor informatieve doeleinden en voor het brede publiek, zij mogen niet worden beschouwd als individueel beleggingsadvies of een aanbeveling of verzoek om welke effecten dan ook te kopen, te verkopen of te houden of om welke beleggingsstrategie dan ook te gebruiken. Ze vormen geen wettelijk of fiscaal advies. De informatie in dit document geldt per de publicatiedatum en kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. Zij is niet bedoeld als een volledige analyse van elk belangrijk feit over een land, regio, markt of belegging.

Er kunnen bij de opstelling van dit materiaal gegevens van externe bronnen zijn gebruikt die niet door Franklin Templeton Investments (“FTI”) onafhankelijk zijn gecontroleerd of bevestigd. FTI aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor enig verlies dat voortvloeit uit het gebruik van deze informatie, en het vertrouwen op de verklaringen, meningen en analyses in dit document valt uitsluitend onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Producten, diensten en informatie zijn mogelijk niet in alle rechtsgebieden beschikbaar en worden door met FTI gelieerde ondernemingen  en/of hun distributeurs alleen aangeboden als dat door de lokale wet- en regelgeving wordt toegestaan. Gelieve uw eigen beleggingsadviseur te raadplegen voor meer informatie over de beschikbaarheid van producten en diensten in uw rechtsgebied.

Wat zijn de risico’s?

Alle beleggingen gaan met risico’s gepaard, waaronder een mogelijk verlies van het ingelegde kapitaal. Beleggingen in buitenlandse effecten houden speciale risico’s in, zoals wisselkoersschommelingen en economische en politieke onzekerheid. Beleggingen in landen met een opkomende markt, waar frontiermarkten een subset van vormen, gaan gepaard met grotere risico’s die verband houden met dezelfde factoren, boven op de risico’s die verbonden zijn aan hun relatief geringe omvang, de lagere liquiditeit en het gebrek aan een gevestigd wettelijk, politiek, zakelijk en sociaal kader om effectenmarkten te ondersteunen. Omdat deze kaders doorgaans nog minder ontwikkeld zijn op de frontiermarkten, en gelet op diverse factoren zoals het hogere risico van extreme koersvolatiliteit, illiquiditeit, handelsbarrières en deviezencontroles, gelden de risico’s van de opkomende markten nog sterker voor frontiermarkten.

[1] Bron: De Global Investor Sentiment Survey van Franklin Templeton, een onderzoek dat door ORC International werd uitgevoerd onder 11.500 beleggers in 23 landen: Brazilië, Chili en Mexico in Latijns-Amerika; Australië, China, Hongkong, India, Japan, Maleisië, Singapore en Zuid-Korea in de regio Azië-Pacific; Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Polen, Spanje, het Verenigd Koninkrijk en Zweden in Europa; Zuid-Afrika; de Verenigde Arabische Emiraten; en Canada en de Verenigde Staten in Noord-Amerika. De respondenten van de enquête waren tussen 25 en 65 jaar oud in Latijns-Amerika, Azië (uitgezonderd Japan) en Zuid-Afrika, en 25 jaar en ouder in Europa, Japan, de Verenigde Arabische Emiraten, Canada en de Verenigde Staten. Een voorwaarde voor deelname aan het onderzoek was het bezit van belegbare activa zoals aandelen, obligaties, beleggingsfondsen enz. Daarnaast werd voor elk land een minimumdrempel voor belegbare activa ingesteld om ervoor te zorgen dat de respondenten voldoende beleggingen hielden en bijgevolg over een brede kennisbasis beschikten om de vragenlijst te kunnen invullen. De enquêtes werden in alle landen uitgevoerd tussen 12 februari en 2 maart 2015.

[2] Bronnen: IMF World Economic Outlook database, april 2015.

[3] Bron: BSE India, S&P BSE Sensex Index. In het verleden behaalde resultaten bieden geen leidraad voor toekomstige resultaten. Indexen worden niet beheerd en er kan niet in een index worden belegd.

[4] Bron: IMF World Economic Outlook database, april 2015.

[5] Bronnen: Wereldbevolkingsdatabase van de VN. Voortuitzichten voor de wereldbevolking: Herziening van 2012. Voorspelling 2015. Er kan geen zekerheid worden geboden dat voorspellingen werkelijkheid zullen worden.

Leave a reply

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een* Verplichte velden zijn gemarkeerd met *